Artikel 10Dat Jezus waarachtig en eeuwig God is

Wij geloven, dat Jezus Christus naar Zijn Goddelijke natuur
de eniggeboren Zoon Gods is, a
van eeuwigheid geboren, niet gemaakt,
noch geschapen (want alzo zou Hij een schepsel zijn);
maar éénswezens met den Vader, mede-eeuwig,
het uitgedrukte beeld der zelfstandigheid des Vaders
en het afschijnsel Zijner heerlijkheid, Hem in alles gelijk zijnde. b

Dewelke is Gods Zoon,
niet alleen van dien tijd af dat Hij onze natuur heeft aangenomen,
maar van alle eeuwigheid; c
gelijk ons deze getuigenissen leren,
wanneer zij met elkander vergeleken worden:
Mozes zegt, Gen. 1:1, dat God de wereld heeft geschapen,
en de heilige Johannes zegt, Joh. 1:1-3,
dat alle dingen zijn geschapen door dat Woord, hetwelk hij God noemt;
de Apostel zegt, Hebr. 1:2 dat God de wereld door Zijn Zoon gemaakt heeft;
insgelijks, Ef. 3:9, dat God alle dingen door Jezus Christus geschapen heeft; d
zo moet dan Degene, Die genaamd wordt
God, het Woord, de Zoon en Jezus Christus,
toen al geweest zijn, toen alle dingen door Hem geschapen werden.
En daarom zegt de profeet Micha 5:1b:
Zijn uitgangen zijn vanouds, van de dagen der eeuwigheid.
En de apostel in Hebr. 7:3:
Hij is zonder beginsel der dagen, en zonder einde des levens.
Zo is Hij dan de ware, eeuwige God,
die Almachtige, Denwelken wij aanroepen, aanbidden en dienen.

Bewijsteksten

a

Terwijl hij nog sprak, ziet, een luchtige wolk heeft hen overschaduwd; en ziet, een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem! Mattheüs 17:5

Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. Johannes 1:18

En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid. Johannes 1:14

Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben. Johannes 14:1-3

En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God! Johannes 20:28

Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen. Romeinen 9:5

Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God. Johannes 20:17

Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn. Filippenzen 2:6

Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam. Johannes 20:31

Die krachtelijk bewezen is te zijn de Zoon van God, naar den Geest der heiligmaking, uit de opstanding der doden) namelijk Jezus Christus, onzen Heere. Romeinen 1:4

Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus. Titus 2:13

Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet. Galaten 4:4

God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon. Hebreeën 1:1

Indien wij de getuigenis der mensen aannemen, de getuigenis van God is meerder; want dit is de getuigenis van God, welke Hij van Zijn Zoon getuigd heeft. Die in den Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon. 1 Johannes 5:9-10

Nathanael antwoordde en zeide tot Hem: Rabbi! Gij zijt de Zone Gods, Gij zijt de Koning Israels. Johannes 1:50

b

Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen. Hebreeën 1:3

Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen. Kolossenzen 1:15

Jezus zeide tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons den Vader? Johannes 14:9

Daarom zochten dan de Joden te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen den sabbat brak, maar ook zeide, dat God Zijn eigen Vader was, Zichzelven Gode evengelijk makende. Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De Zoon kan niets van Zichzelven doen, tenzij Hij den Vader dat ziet doen; want zo wat Die doet, hetzelve doet ook de Zoon desgelijks. Want de Vader heeft den Zoon lief, en toont Hem alles, wat Hij doet; en Hij zal Hem groter werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert. Want gelijk de Vader de doden opwekt en levend maakt, alzo maakt ook de Zoon levend, Die Hij wil. Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven; Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren. Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet, Die Hem gezonden heeft. Johannes 5:18-23

Ik en de Vader zijn een. Johannes 10:30

En alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles, wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, Die op den troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid. Openbaring 5:13

c

Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik. Johannes 8:58

En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was. Johannes 17:5

Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid. Hebreeën 13:8

d

Nochtans hebben wij maar een God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar een Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem. 1 Korinthe 8:6

Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen. Kolossenzen 1:16

Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. Johannes 1:3

En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was. Johannes 17:5

origineel
SV
onder tekst
16
leermodusleren