Artikel 28De roeping om deel te nemen aan de kerk

Wij geloven dat niemand, welke maatschappelijke positie of status diegene ook heeft,
zich afzijdig mag houden van de christelijke gemeente om op zichzelf te blijven.
In de kerk komen immers alle mensen bijeen die behouden worden,
want buiten de kerk is de echte zaligheid niet te vinden. a
Daarom moet iedereen zich bij de kerk aansluiten
om een gemeenschap en een eenheid te vormen. b
Alle leden onderwerpen zich aan haar onderwijs en leiding c
en buigen onder het gezag van Jezus Christus d
Als ledematen van één lichaam dienen ze elkaar in de opbouw van het geloof, e
volgens de gaven die God aan iedereen heeft gegeven. f

Om op deze wijze kerk te zijn, is het de roeping van alle gelovigen,
op grond van de Bijbel, om zich af te scheiden van hen die niet bij de kerk horen. g
Ook om deel te nemen aan de onderlinge bijeenkomsten, h
op de plek waar God je heeft gesteld.
Zelfs al zou de overheid of de wet van een vorst dat verbieden
en al zou er de doodstraf of een andere straf op staan. i
Iedereen die zich van de kerk afzondert of zich er niet bij aansluit,
handelt daarom in strijd met Gods opdracht.

Bewijsteksten

a

En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen. En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en wat u bindt op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbindt op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn. Mattheüs 16:18-19

En zij loofden God en vonden genade bij heel het volk. En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de gemeente toe. Handelingen 2:47

Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen. Galaten 4:26

Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn. Efeze 5:25-27

Immers, zowel Hij Die heiligt als zij die geheiligd worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen, want Hij zegt: Ik zal Uw Naam aan Mijn broeders verkondigen; te midden van de gemeente zal Ik U lofzingen. Hebreeën 2:11-12

Tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen. Hebreeën 12:23

b

Wees nu niet halsstarrig zoals uw vaderen. Geef de HEERE de hand en kom naar Zijn heiligdom, dat Hij voor eeuwig geheiligd heeft, en dien de HEERE, uw God. Dan zal Zijn brandende toorn zich van u afkeren. 2 Kronieken 30:8

Opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt. Johannes 17:21

En laat de vrede van God heersen in uw harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar. Kolossenzen 3:15

c

Gehoorzaam uw voorgangers en wees hun onderdanig, want zij waken over uw zielen omdat zij rekenschap moeten afleggen, opdat zij dat mogen doen met vreugde en niet al zuchtend. Dat heeft immers voor u geen nut. Hebreeën 13:17

d

Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht. Mattheüs 11:28-30

e

Om de heiligen toe te rusten, tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus. Efeze 4:12

f

Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander. 1 Korinthe 12:7

Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. 1 Korinthe 12:27

Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde. Efeze 4:16

g

En de HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot de gemeenschap en zeg: Trek u terug van rondom de woning van Korach, Dathan en Abiram. Toen stond Mozes op en hij ging naar Dathan en Abiram, en de oudsten van Israël gingen achter hem aan. En hij sprak tot de gemeenschap: Ga toch bij de tenten van deze goddeloze mannen vandaan, raak niets aan van alles wat van hen is, anders zult u door al hun zonden weggevaagd worden. Numeri 16:23-26

Vertrek, vertrek, ga daar weg, raak het onreine niet aan, ga uit haar midden weg, reinig u, u die de heilige voorwerpen van de HEERE draagt! Maar u zult niet overhaast weggaan, u zult niet als op de vlucht gaan, want de HEERE zal vóór u uit trekken, en de God van Israël zal uw achterhoede zijn. Jesaja 52:11-12

En met veel meer andere woorden legde hij getuigenis af en spoorde hij hen aan met de woorden: Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht! Handelingen 2:40

En ik roep u ertoe op, broeders, hen in het oog te houden die onenigheden teweegbrengen en struikelblokken opwerpen tegen het onderricht dat u hebt ontvangen, en keer u van hen af. Romeinen 16:17

En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deelhebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen. Openbaring 18:4

h

Een pelgrimslied, van David. Ik ben verblijd, wanneer zij tegen mij zeggen: Wij zullen naar het huis van de HEERE gaan! Psalmen 122:1

Vele volken zullen gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord van de HEERE uit Jeruzalem. Jesaja 2:3

Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen. Hebreeën 10:25

i

Maar Petrus en Johannes antwoordden en zeiden tegen hen: Oordeel zelf of het juist is in Gods ogen, meer naar u te luisteren dan naar God. Want wij kunnen niet nalaten te spreken over wat wij gezien en gehoord hebben. Handelingen 4:19-20

hedendaags
HSV
onder tekst
16
leermodusleren