Artikel 19De twee naturen van Jezus Christus in één Persoon

Wij geloven dat de Goddelijke Persoon van de Zoon onafscheidelijk één geworden is
met zijn menselijke natuur, door de ontvangenis in de buik van Maria. a
Er zijn daarom geen twee zonen van God, ook geen twee personen.
Twee naturen zijn verenigd in één Persoon,
waarbij wel elke natuur zijn verschillende eigenschappen heeft behouden.

De Goddelijke natuur van Jezus is altijd ongeschapen geweest,
kent geen begin van dagen en ook geen levenseinde (Hebr. 7:3)
en vervult met Zijn aanwezigheid hemel en aarde. b
De menselijke natuur van Jezus heeft zijn eigenschappen ook niet verloren.
Deze natuur is een schepsel met een geboortedatum, is sterfelijk
en heeft alle eigenschappen van een echt menselijk lichaam. c
Door de opstanding uit de dood heeft Hij zijn menselijke natuur onsterfelijkheid gegeven,
maar Hij heeft niet de echtheid van zijn menselijke natuur veranderd. d
Want onze zaligheid en opstanding hangen mede af van het feit dat Hij echt mens is geworden. e
De menselijke en Goddelijke natuur zijn zó verenigd in één Persoon,
dat ze zelfs niet gescheiden zijn door Zijn dood.
Wat Hij stervende in de handen van Zijn Vader opdroeg,
dat was een echte menselijke geest, die Zijn lichaam verliet. f
Toch bleef de Goddelijke natuur één geheel met de menselijke natuur,
zelfs toen Hij in het graf lag. g
De Godheid hield niet op in Hem te zijn,
net zoals zij verborgen in Hem was toen hij een klein kind was.

Daarom belijden wij dat Hij écht God en écht mens is.
Hij is écht God omdat Hij door Zijn kracht de dood moest overwinnen.
Hij is écht mens omdat Hij als mens voor ons zou kunnen sterven.

Bewijsteksten

a

En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. Johannes 1:14

Ik en de Vader zijn Één. Johannes 10:30

Tot hen behoren de vaderen, en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus voortgekomen, Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen! Romeinen 9:5

Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. Filippenzen 2:6-7

b

En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen. Mattheüs 28:20

Daarom zegt Hij: Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen. Wat betekent dit ‘toen Hij opvoer’ anders dan dat Hij ook eerst neergedaald is in de diepten, namelijk de aarde? Degene Die neergedaald is, is ook Degene Die opgevaren is ver boven alle hemelen om alle dingen te vervullen. Efeze 4:8-10

Zonder vader, zonder moeder, zonder stamboom kent hij geen begin van dagen en ook geen levenseinde, maar aan de Zoon van God gelijkgemaakt, blijft hij in eeuwigheid priester. Hebreeën 7:3

c

Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. 1 Timotheüs 2:5

d

De armen hebt u immers altijd bij u, maar Mij hebt u niet altijd. Mattheüs 26:11

Zie Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het Zelf. Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb. Lukas 24:39

De andere discipelen dan zeiden tegen hem: Wij hebben de Heere gezien. Maar hij zei tegen hen: Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger niet steek in het litteken van de spijkers, en mijn hand niet steek in Zijn zij, zal ik beslist niet geloven. Johannes 20:25

Hij heeft Zichzelf, nadat Hij geleden had, ook levend aan hen vertoond, met veel onmiskenbare bewijzen, veertig dagen lang, waarbij Hij door hen gezien werd en over de dingen sprak die het Koninkrijk van God betreffen. Handelingen 1:3

Die ook zeiden: Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan. Handelingen 1:11

Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen. Handelingen 3:21

Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die voor korte tijd minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven. Hebreeën 2:9

e

Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens. 1 Korinthe 15:21

Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen. Filippenzen 3:21

f

En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest. Lukas 23:46

Jezus riep nogmaals met luide stem en gaf de geest. Mattheüs 27:50

g

Wat de Geest van heiliging betreft, is met kracht bewezen dat Hij de Zoon van God is, door Zijn opstanding uit de doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere. Romeinen 1:4

Meer lezen (externe link)

Vanaf 12 jaar

ABCvanhetGeloof.nl (Zoon)
hedendaags
HSV
onder tekst
16
leermodusleren